Artikel tijdschrift LBRT - Motiverende gespreksvoering bij leerlingen die dreigen af te haken.

Middelbare scholieren die dreigen af te haken:

Motiverende gespreksvoering kan uitkomst bieden.

Heel wat middelbare scholieren hebben geen zin (meer) in leren. Hun motivatie voor school is ver te zoeken. Daardoor stellen ze bijvoorbeeld hun huiswerk uit, leren ze niet effectief, komen te laat of gaan zelfs helemaal niet meer naar school. Met als gevolg: blijven zitten, afstromen naar een lager schoolniveau of zelfs stoppen met de opleiding. Heel erg zonde natuurlijk! Gelukkig is dit vaak te voorkomen door met deze leerlingen in gesprek te gaan over hun motivatie en ze te begeleiden bij het aanleren van vaardigheden. Daar kan Motiverende gespreksvoering bij helpen. Pauline Jonker ontwikkelende ook een stappenplan om de motivatie van middelbare scholieren te vergroten.

Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering (MGV) is een effectieve manier om middelbare scholieren te motiveren. Het is ontwikkeld voor de hulpverlening door Miller en Rollnick. Het is een persoons- en doelgerichte communicatiestijl die de eigen motivatie probeert te vergroten door het verkennen en verminderen van tegenstrijdige gevoelens over verandering. Er wordt een afstand gecreëerd tussen de huidige situatie en de gewenste situatie. Dit om het belang van de verandering in te gaan zien. Het uiteindelijk doel is het stimuleren van verandering in denken en gedrag.
Het is belangrijk dat zowel de middelbare scholier als de professional beseft dat je gedrag veranderen voor- en nadelen heeft. Dit zorgt voor tegenstrijdige gevoelens en ambivalentie. “Ik wil wel veranderen, maar….”
Als er iets moeilijk is, dan is het gedragsverandering. Ons brein kiest voor gemak en automatisch gedrag, ook als dit gedrag niet het meest effectief is.

Kantelpunt

MGV richt zich vooral op de autonome motivatie van mensen (van der Pluijm, 2018). Dit is gedrag waar mensen uiteindelijk zelf voor kiezen, omdat het in lijn is met hun doelen en waarden. Ook als ze het spannend vinden en nog twijfelen. Je werkt samen met de leerling toe naar het kantelpunt: “Ik weet niet of het me lukt en ik vind het eng, maar het is belangrijk voor me, dus ik ga het doen”. Dit betekent dat het goed mogelijk is om leerlingen gemotiveerd te krijgen voor dingen die ze niet per se leuk vinden.

De spirit van MGV is de basis van de gesprekken (Miller & Rollnick, 2018). De spirit leer je geleidelijk, door het voeren van gesprekken. Zonder deze spirit wordt MGV een trucje, een manier om mensen ertoe te bewegen iets te doen wat ze niet willen. Daarom is het belangrijk om heel bewust te zijn van deze spirit. De spirit bestaat uit:

  1. samenwerking: tijdens de gesprekken is er een gelijkwaardige samenwerking met de leerling. De professional stelt zich op als een nieuwsgierige onderzoeker. Je doel is om de ander te begrijpen zonder hier je eigen visie op te plakken.
  2. acceptatie: respect hebben voor de autonomie van de ander. Acceptatie voor wat de leerling zegt. Dit betekent niet dat je alles wat de leerling zegt goedkeurt of je neerlegt bij de situatie van de leerling. Het doet er alleen niet toe wat jij ervan vindt.
  3. compassie: het belang van de ander staat voorop. Je actief inzetten voor het welzijn van de ander.
  4. ontlokken: ieder mens heeft de argumenten en mogelijkheden om te veranderen al in zich. Als professional ga je dit ontlokken zodat de leerling verandertaal uitspreekt. Verandertaal die door de leerling zelf uitgesproken wordt is vele malen krachtiger. Leerlingen willen best veranderen, maar niet veranderd worden.

MGV maakt gebruik van de volgende 5 gesprekstechnieken:

  1. open vragen stellen. Op die manier krijgt de ander de ruimte om te denken en te spreken.
  2. reflectief luisteren. Op die manier voelt de ander zich begrepen en wordt aan het denken gezet.
  3. bevestigen op de persoonlijke effectiviteit van de leerling. Op die manier stijgt het zelfvertrouwen. Het is belangrijk dat de leerling zelf gelooft dat de verandering mogelijk is.
  4. Op die manier voelt de ander zich begrepen en blijft de focus duidelijk.
  5. informatie geven. Op die manier kan de ander een goede keuze maken. Bij het geven van informatie worden nieuwe perspectieve uitgelegd en ontlokt in plaats van opgelegd. “Neem wat je wilt en laat de rest maar liggen.”

Stappenplan

Gebaseerd op de theorie en mijn ervaring in mijn eigen praktijk heb ik het volgende stappenplan ontwikkeld om middelbare scholieren in actie te krijgen:

Stap 1: Inzicht in eigen gedrag – beginsituatie.
Door middel van een zelftest en een gesprek aan de hand van deze test, wordt de beginsituatie in kaart gebracht (zie zelftest). Het doel van de begeleiding wordt duidelijk.
Stap 2: Bereidheid tot veranderen.
Is de leerling bereid om te veranderen? Bij deze stap is het belangrijk om de motivatie van de leerling te vergroten door verandertaal te ontlokken. Verandertaal zijn uitspraken van de leerling zelf die pleiten voor verandering. Het worden ook wel zelfmotiverende uitspraken genoemd. Bijvoorbeeld: “Ik moet echt een planning gaan maken.” Of “Ik ben het zat dat ik steeds alles uitstel.” Pas wanneer de verandertaal groot genoeg is, ga je naar stap 3.
Stap 3: Doelen stellen.
Aan de hand van stap 1 en 2 kan de leerling een doel gaan stellen.
Stap 4: Manieren bespreken om doelen te bereiken.
De leerling stelt het doel. Hoe kan hij of zij dit doel bereiken? Het gaat er hierbij om dat de leerling zelf met ideeën komt. Als een leerling het zelf niet weet, kun natuurlijk wel ideeën aandragen. Belangrijk is dat je hiervoor toestemming vraagt, zo blijft de regie bij de leerling. “Mag ik je iets vertellen over wat bij andere leerlingen gewerkt heeft?”
Stap 5: Plan opstellen.
Met alles wat in bovenstaande stappen besproken is, wordt een plan opgesteld. Het belangrijkste van het plan is dat de eerste haalbare stap wordt bepaald (Tiggelaar, 2018). Dit is heel concreet geformuleerd gedrag waar de leerling meteen mee aan de slag kan. Na het plan wordt het commitment van de leerling gevraagd. Gaat hij of zij ook echt met het plan aan de slag? Ja? Dan kun je verder met stap 6. Twijfelt de leerling, dan ga je weer terug naar het ontlokken van verandertaal. Het kan ook goed zijn om het even te laten rusten en er in een volgend gesprek weer op terug te komen.
Stap 6: Oefenen met de vaardigheid.
De leerling gaat aan de slag met het plan.
Stap 7: Voortgang bespreken.
Regelmatig bespreek je met de leerling wat de voortgang is. En wordt, wanneer nodig, het plan hierop aangepast.
Stap 8: Evaluatie.
Je bespreekt met de leerling waar hij of zij nu staat. Is het doel bereikt? Wat zijn de eventuele volgende stappen?

Voortraject belangrijk

Bij leerlingen die motivatieproblemen hebben, is het voortraject voor het maken van een plan het belangrijkste. Leerlingen moeten weten waar ze nu staan en waar ze naartoe willen. De bereidheid om te veranderen moet er eerst zijn voordat er een plan gemaakt wordt. Zo vergroot je de kans dat het plan succesvol wordt uitgevoerd en dat er echt een gedragsverandering ontstaat.

De zelftest

Leerlingen beginnen de begeleiding met het invullen van een zelftest, welke gebaseerd is op de executieve functies. Door het invullen van de zelftest kunnen de leerlingen zien wat er al goed gaat en wat er nog verbeterd kan of moet worden. Als begeleider krijg je hierdoor meteen een goed beeld van het zelfinzicht van de leerling. Ook is de zelftest een mooi uitgangspunt om met de leerling in gesprek te gaan. “Je vult in dat het maken van een planning goed gaat, ik ben heel benieuwd hoe je dat doet, kun je me dat vertellen?”
De zelftest kan ook gebruikt worden voor het stellen van doelen. Na 12 weken begeleiding laat ik de zelftest nogmaals invullen, dit maakt de vooruitgang mooi inzichtelijk voor de leerling.

Voorbeeld van een gesprek

Hieronder een stukje uit een gesprek met een leerling die tijdens het leren steeds afgeleid wordt door zijn telefoon.

Ik: “Ik zie dat je steeds op je telefoon kijkt terwijl je aan het leren bent.”
Hij: “Ja, klopt. Ze stellen allemaal vragen in de groepsapp over de toets van morgen.”
Ik: “En jij bent natuurlijk de enige die die vragen kan beantwoorden.”
Hij: “Haha, nee dat nou ook weer niet. Maar ik wil ze wel helpen.”
Ik: “Je bent nu een half uur aan het leren, hoe is het met je eigen leerwerk gegaan?”
Hij: kijkt eerst eens in zijn boek…. “Nou, ik ben nog niet echt opgeschoten eigenlijk.”
Ik: “Doordat je de anderen geholpen hebt, heb je zelf veel minder gedaan dan je wilde doen.”
Hij: “Hmm, eigenlijk wel. Ik vind het ook echt moeilijk zo om me te concentreren.”
Ik: “Dat snap ik. Je wilt natuurlijk steeds weten of ze nog een berichtje sturen.”
Hij: “Ja, terwijl het me eigenlijk niet eens echt veel boeit. Stom hè.”
Ik: “Dat gaat vaak zo. Je hoeft dit niet te laten gebeuren, je kunt hier zelf een keuze in maken.”
Hij: “Ja, ik doe mijn telefoon in mijn tas, dan laat ik me ook niet meer afleiden. Ik kijk straks wel of ze nog wat gestuurd hebben.”

De combinatie van MGV met het aanleren van vaardigheden als leren, plannen en concentreren is heel krachtig. Voor het aanleren van deze vaardigheden zijn de online programma’s SLiM leren leren & plannen en Concentreren kun je leren ontwikkeld, waarmee middelbare scholieren leren leren & plannen en concentreren op de manier die bij ze past. En ook nog eens gemotiveerd zijn om dit ook daadwerkelijk te doen.