.st0{fill:#FFFFFF;}

Stap 6: oefenen met de vaardigheid 

 maart 29, 2022

Pauline Jonker

Naomi heeft bij stap 1 inzicht in haar eigen gedrag gekregen. Het is duidelijk geworden dat haar motivatie om de planning uit te voeren nog niet groot genoeg is. Bij stap 2 zijn we aan de slag gegaan met het vergroten van haar motivatie om te veranderen. Nadat Naomi de beslissing genomen had dat ze echt aan de slag wilde gaan met haar planning, heeft ze bij stap 3, het volgende doel gesteld: Ik ga de komende 6 weken 3 manieren uitproberen om me aan mijn planning te houden. Bij stap 4 bedacht Naomi manieren om haar doel te bereiken. Bij stap 5 hebben we alle informatie in een plan gezet. Nu is het, bij stap 6, tijd om te gaan oefenen.

Wanneer je tieners begeleidt bij het leren, plannen en concentreren blijkt de grootste uitdaging vaak de motivatie te zijn. Wanneer die ontbreekt, heeft het aanleren van vaardigheden weinig zin. De leerling gaat er dan toch niks (of veel te weinig) mee doen, behalve als jij er steeds naast blijft zitten…

Dat is natuurlijk niet wat je wilt. Je wilt graag dat de leerling zelf met de geleerde vaardigheden aan de slag gaat. Bijvoorbeeld dat hij/zij zelf bedenkt om een planning te maken voor een toetsweek en deze ook uitvoert of zelf aanpassingen doet om zich beter te kunnen concentreren of zelf om hulp gaat vragen aan een docent als dat nodig is.

Daarvoor ontwikkelde ik 7 stappen om jouw leerlingen te leren leren, plannen en concentreren, waarbij je ze motiveert om dit ook echt te gaan doen.

In dit blog stap 6 van de 7 stappen. Je kunt de blogs van stap 1, 2, 3, 4 en 5 hier lezen:
Stap 1: inzicht in eigen gedrag.

Stap 2: bereidheid tot veranderen.

Stap 3: doelen stellen

Stap 4: manieren bespreken om het doel te bereiken

Stap 5: plan maken

Stap 6: oefenen met de vaardigheid

We zijn al bij stap 6 van de 7. Dus het lijkt of we er bijna zijn. Niets is minder waar… het gaat nu pas beginnen: het plan gaat uitgevoerd worden.
Geen plan is perfect, dat hoeft ook niet! Het gaat hierbij echt om het proces. Het belangrijkste in deze stap is het bewust aan de slag gaan met het plan en erachter komen welke dingen wel en niet voor je werken.

Het gaat dus om uitproberen wat werkt. Welke leerstrategieën, concentratietechnieken en manier van plannen past bij jou. Sommige mensen hebben wat moeite met het woord proberen. Ze vinden dit vrijblijvend. Aan de ene kant is dit ook zo. Proberen betekent dat je nog aan het kijken bent of je iets wel of niet wat vindt, je kunt dus na een poosje proberen ook zeggen dat je het niet meer op die manier gaat doen omdat het niet voor je werkt. Deze benadering werkt drempelverlagend. Het maakt de stap voor je leerlingen om aan de slag te gaan kleiner. Ze hebben niet meteen het gevoel dat iets moet en dat ze er dan voor altijd aan vastzitten. Dat vergroot de motivatie om aan de slag te gaan. Aan de andere kant is dat je verschillende dingen gaat proberen niet vrijblijvend, het proberen ga je doen. Dat is een voorwaarde. Dat is iets wat voor mijn leerlingen altijd heel duidelijk is. Uiteraard kun je ook het woord experimenteren gebruiken.

Begeleiden bij het oefenen

Het is de bedoeling dat de leerlingen het uitvoeren van het plan zelfstandig kunnen. Als het goed is, staat er geen supporttechniek bij waar ze jou (of iemand anders) voor nodig hebben. Waar ze jou wel heel hard voor nodig hebben, is voor het evalueren. Ze hebben jouw coaching nodig om te kunnen reflecteren op hun eigen gedrag. Door de vragen die jij stelt, zet je ze aan tot denken over wat wel en niet werkt en wat ze een volgende keer zouden kunnen doen. Hiermee leer je ze ook dat ze op een gegeven moment zelf kunnen reflecteren op hun plannen en dan dus hun eigen gedrag kunnen bijsturen.

Je kunt daarvoor bijvoorbeeld deze vragen stellen:
– Hoe is het afgelopen week gegaan met het uitvoeren van je plan op een schaal van 0-10?
– Wat vond je een fijne supporttechniek?
– Wat vond je niet fijn aan deze manier van leren?
– Wat zou je een volgende keer hetzelfde doen?
– Wat zou je een volgende keer anders doen?
Uiteraard zijn dit alleen maar startvragen, de kracht zit in het doorvragen!

Als leerlingen hun manier gevonden hebben die voor ze werkt, kunnen ze hier verder mee gaan oefenen. Je kunt op 2 gebieden oefenen: duur en vaardigheid. Bij duur heb je het bijvoorbeeld over de tijd die je aan een taak besteed of het aantal woordjes dat je leert. Bij vaardigheid gaat het om het echt eigen maken van de vaardigheid, bijvoorbeeld het maken van aantekeningen, het maken van een planning of de Pomodoro techniek.

Het oefenen van Naomi

Naomi is aan de slag gegaan met haar supporttechnieken (planner op een vaste en zichtbare plek leggen, bijhouden of het gelukt is, mijn taken duren maximaal 15 minuten per taak) en haalbare eerste stap (ik schrijf vanavond op welke taak van 5 minuten ik morgen sowieso ga doen).

Als eerst stelde ik Naomi de vraag hoe het gegaan is met haar haalbare eerste stap. Ze vertelt enthousiast dat ze het meteen gedaan heeft toen ze thuis was en dat dit wel een goed gevoel gaf. Ze vond het ook wat dubbel, omdat 5 minuten maar zo weinig is en ze het gevoel heeft dat het dan niet opschiet. Besproken dat 5 minuten minimaal is, dat meer altijd mag. En dat het een begin is om bij haar gewenste gedrag uit te komen. Ik stelde haar de vraag: ‘Hoeveel effect heeft het voor jou als het je lukt om elke dag 3 taken van een kwartier te doen?’ Dat zou veel effect hebben en haar vooral een beter gevoel over zichzelf geven. ‘Ik doe dan wat ik me voorneem.’ Wat er door deze vraag gebeurt, is dat we verandertaal ontlokken voor het gewenste gedrag én dat ze het in perspectief kan plaatsen. 5 minuten is de eerste stap naar….

Wat Naomi bij de 5 minuten werken aan een taak vooral duidelijk werd, is dat ze veel tijd nodig heeft om op te starten (soms meer dan de 5 minuten), ze heeft veel tijd nodig om de gewenste spullen bij elkaar te zoeken. Naar aanleiding hiervan hebben we haar supporttechnieken besproken. Welke helpen je? Naomi gaf aan dat alle supporttechnieken tot nu toe wel fijn zijn. ‘Het kost je nu veel tijd om te beginnen met je taak, wat zou jou nog kunnen helpen om sneller te starten?’ ‘Als ik bij het opschrijven van mijn taak ook alvast mijn spullen klaar leg.’

We hebben naar aanleiding van dit gesprek de stap voor komende week besproken:  Ik schrijf elke avond op welke taak van minimaal 5 minuten ik morgen sowieso ga doen en leg alvast de spullen daarvoor bij mijn planner klaar.

Zo bepaal je elke keer dat je een leerling spreekt, de volgende haalbare stap. Je ziet bij Naomi dat deze op verschillende manieren uitgebreid kan worden, dit kan in aantal taken of in duur van de taak. Het is aan Naomi wat ze zelf het fijnst vindt.

Het plan werkt niet

Soms werkt een plan niet. Het lukt de leerling niet om het uit te voeren, het wordt vergeten of een beetje half uitgevoerd. Niks aan de hand, dat kan. Dan is het nodig om het plan aan te passen. Bij het maken van het plan begin je bovenaan, bij het aanpassen van het plan onderaan. Je past dus eerst de haalbare eerste stap aan. ‘Wat gaat jou sowieso lukken deze week en is in 2 minuten uit te voeren?’ Misschien moet de eerste stap nog kleiner of net een beetje anders. Het doel van de eerste stap is een succeservaring en dat de leerling in actie komt.

Maakt het veranderen van de eerste stap geen verschil, dan kun je de supporttechnieken aanpassen. Wat kan de leerling bijvoorbeeld in de omgeving aanpassen waardoor de eerste stap (bijna) niet meer niet gedaan kan worden?

Smaakt dit naar meer?

Koop dan mijn boek ‘Motiveer en leer!’

 

 

 

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>